1 reactie
Terug naar het overzicht

De trein, da’s altijd een beetje reizen

Een van dé hot topics van 2019? Da’s zonder twijfel het klimaat. Van ver-van-mijn-bedshow naar frequent gespreksonderwerp, zowel op café als op congressen: faut le faire. Zoals velen besloot ook ik mijn ecologische voetafdruk onder de loep te nemen. Weinig vlees op het menu, geen kinderen, één auto voor twee, zelden gaan shoppen: da’s nog zo slecht niet, al zeg ik het zelf. Maar kaas kan ik niet laten, en ik was net van plan om méér te reizen in plaats van minder. Wat nu gedaan?

Mijn grote geluk is dat ik graag met de trein reis. En dan heb ik het niet over mijn wekelijkse pendelrit-in-sardientjesvorm naar Brussel, maar over wagons met voldoende zitplaatsen waarin iedereen rustig werkt/leest/muziek beluistert. Of een ritje met de hogesnelheidstrein naar Londen of Parijs: ideaal om me meteen in vakantiestemming te brengen. Maar hoe zit het wanneer je met de klassieke trein een wat langer traject aflegt? En wanneer je onderweg twee aansluitingen hebt die je liever niet mist om de rit niet nóg langer te laten duren? Dat hebben mijn vriend en ik tijdens het Allerheiligenweekend proefondervindelijk getest.

De bestemming was een wellnessresort in het Nederlandse Bad Nieuweschans. Dat plaatsje ligt op een slordige 360 km van Antwerpen: geen onoverkomelijk traject, maar toch net iets uitdagender dan de pendeltrein naar Brussel.

Een goed begin is het halve werk

Vooruitziend als we zijn, hadden we drie maand op voorhand onze tickets al op zak. Allez ja, opgeslagen in de smartphone. Op tijd boeken loont altijd en dat geldt ook voor de trein, we betaalden zo’n 40 euro per persoon. De treinreis zou een vijftal uur duren, terwijl je met de auto toch ook al snel zo’n vier uur onderweg bent (plas- en andere pauzes niet inbegrepen).

aankomst van de trein

Op de dag van de waarheid trokken we ’s morgens vroeg naar Antwerpen-Centraal en gewapend met voldoende croissants en koffie stapten we op de eerste trein richting Rotterdam. Die rit was meteen de minst aangename, simpelweg omdat het vrij druk was (krijsende baby, irritante toeristen) en ik me niet zo goed op mijn lectuur kon focussen als verhoopt.

De volgende etappe, Rotterdam-Groningen, viel wél heel goed mee. In Nederland heb je de zogenaamde stiltewagons: mij helemaal op het lijf geschreven. Lezen, naar het voorbijrazende landschap kijken, vogelspotten, een broodje eten … de tijd vloog en voor we het wisten zaten we aan de slotetappe, een boemeltreintje tot in Bad Nieuweschans.

Twee dagen, één wandeling, talloze stoombaden en sauna’s maar vooral veel te veel eten later trokken we (mét perzikzachte velletjes) weer huiswaarts. Door werken aan het spoor zou de terugrit langer duren en moesten we na Groningen niet overstappen in Rotterdam, maar in Zwolle en Roosendaal. In Zwolle hadden we slechts enkele minuten de tijd, maar gelukkig was de treinbestuurder zo vriendelijk om even te wachten. Oef. Uiteindelijk waren we een slordige zeven uur onderweg.

Voor herhaling vatbaar

Onze conclusie? Ja, je doet er langer over dan met de auto. Maar je hoeft je niet te ergeren aan agressieve automobilisten, verstrooide voetgangers of mensen die je parkeerplaats inpikken. Om over de prijs van die parkeerplaats in de grotere steden nog maar te zwijgen. En ja, als het erg druk is op de trein, je medepassagiers om ter luidst tateren of een sterk en ietwat onaangenaam luchtje verspreiden, dan verlang je wel ’s naar je eigen auto, inclusief de muziek van jóúw keuze (en niet die van je medepassagiers). Toch ziet het ernaar uit dat we ons binnenkort wat verder over de grenzen wagen. De nachttrein naar Wenen klinkt verleidelijk, net als een treinreis door Groot-Brittannië. (Die ligt trouwens nog niet vast want Brexit weet je wel.)

Nicky aan het lezen in de trein
Op de terugweg van de wellness dus helemaal in zenmodus!

Ik eindig graag met een kort pleidooi. Bekijk het onderweg zijn niet als een noodzakelijk kwaad van het reizen, maar als een volwaardig onderdeel ervan. Droom weg bij je uitzicht, in ons geval bruine dan wel groene velden en die schattige Nederlandse huisjes waarvan we ons telkens afvragen hoe die lange Nederlanders daar precies in passen. Neem een boek mee (ik heb honderden pagina’s kunnen lezen!), maak tijd voor een goed gesprek met je lief en vergeet je lunch niet. Toch geen knabbeltje bij de hand? Vertrouw dan op je redder in nood, de cafetariaman die met sommige Nederlandse treinen meereist. Waar wacht je nog op om het uit te proberen?